Hoe werken de nieren ?
Wat gebeurt er bij nierziekte ?



De werking van een gezonde nier

doorsnede van de nierDe nieren zijn twee boonvormige organen met een lengte van 12 cm die zich links en rechts in de flanken bevinden. De bloedtoevoer naar de nieren geschiedt via de nierslagader en de afvoer via de nierader. De gevormde urine wordt opgevangen in de nierkelkjes die uitmonden in het nierbekken. Via de urineleider vloeit de urine van het nierbekken naar de blaas. Onderaan de urineleiders bevindt zich een klepmechanisme dat het terugvloeien van urine van de blaas naar de nier belet.

Iedereen weet dat de nier het orgaan is dat instaat voor de zuivering van het bloed en de uitscheiding van afvalstoffen via de urine. Nu u een nierziekte heeft, beseft u echter dat dit orgaan nog andere belangrijke lichaamsfuncties uitoefent. Zo speelt de nier een belangrijke rol in de regeling van de bloeddruk en van de vocht- en zoutenbalans (natrium, kalium, ...). Samen met de long zorgt de nier voor een constante zuurtegraad in het lichaam. De nier is ook een hormonaal actief orgaan en scheidt een drietal hormonen af, namelijk erythropoïetine(EPO), vitamine D en renine.

uitvergroting van een nefronBeide nieren samen bestaan uit 1,5 miljoen microscopisch kleine eenheden, nefronen genaamd. Het nefron is opgebouwd uit een filtertje (glomerulus), gevolgd door een buisjessysteem (tubulus). In de glomerulus wordt het bloed gefilterd. Beide nieren maken ongeveer 100 ml filtraat per minuut, d.w.z. 140 liter per dag. In het tubulussysteem worden de stoffen die nuttig zijn voor het lichaam, terug opgenomen. Door de zouten in meer of mindere mate terug op te nemen houdt de nier de balans tussen toevoer en uitscheiding in evenwicht. Wanneer u bijvoorbeeld door het eten van een portie fruit een belangrijke hoeveelheid kalium inneemt, zal uw nier minder kalium uit het filtraat verwijderen, zodat er meer kalium met de urine uitgescheiden wordt. In het tubulussysteem wordt het filtraat ook ongeveer 100 maal geconcentreerd. Door de urine minder geconcentreerd te maken, kan meer vocht worden uitgescheiden. Omgekeerd kan het lichaam zich verdedigen tegen uitdroging door het uitscheiden van zeer geconcentreerde urine.

De weerslag van een nierziekte op het lichaam

Uw arts heeft u verteld dat u lijdt aan nierinsufficiëntie. Daarmee bedoelt hij dat de filterwerking van de nier verminderd is. Vele nierziekten, onafhankelijk van hun oorsprong, leiden tot vernietiging van de nefronen. In een vroeg stadium kunnen de overblijvende nefronen door harder te werken dit verlies compenseren, maar als de nierziekte voortschrijdt, vermindert het globale uitscheidingsvermogen van de nier. In het bloed zien wij een stijgende concentratie van afvalstoffen. Bepaling van het ureum-, kreatinine- en zuurgehalte in het bloed wordt gebruikt om de opstapeling van afvalstoffen te meten. In het begin geeft dit nog geen aanleiding tot klachten. Als de nierfunctie echter ernstig is verminderd, kan er een gevoel van misselijkheid optreden. Andere mensen kunnen dan weer klagen over jeuk of een vuile smaak in de mond. Al deze klachten zijn een gevolg van de opstapeling in het lichaam van deze afvalstoffen. Als behandeling zal uw arts u een eiwitbeperkend dieet opleggen. De meeste van deze afvalstoffen zijn immers het gevolg van verbranding van eiwitten. Een dieet dat arm is aan eiwitten kan op deze wijze de aanmaak van afvalstoffen verminderen. Wanneer de nierfunctie bijna geheel is weggevallen, is een dieetbehandeling niet meer voldoende en moet er overgegaan worden tot het zuiveren van het bloed door middel van dialyse.

Buiten de problemen met de uitscheiding van afvalstoffen, ondervindt de zieke nier ook moeilijkheden met de zout- en waterhuishouding. Gelukkig treden deze moeilijkheden meestal maar in een laattijdig stadium van de ziekte op. Opgezwollen enkels (oedeem), hoge bloeddruk (hypertensie) of kortademigheid (longoedeem) kunnen het gevolg zijn van deze opstapeling van zout en water. De behandeling bestaat uit beperking van de zoutinname en stimulering van de zout- en vochtuitscheiding met geneesmiddelen. In zeer ernstige gevallen zal ook de vochtinname beperkt moeten worden. Kalium is ook een zout dat zich opstapelt bij ernstige nierinsufficiëntie. Een verhoogd kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie) verstoort de samentrekking van de hartspier en de skeletspieren. Wanneer u spierzwakte in de ledematen ondervindt, moet u onverwijld contact opnemen met uw behandelende nefroloog. De opstapeling van kalium kan voorkomen worden door een beperking van kalium in de voeding. Opstapeling van zuren kan dan weer aanleiding geven tot verzuring van het bloed (acidose). In het bloed is bicarbonaat aanwezig, een stof die normalerwijze overtollig zuur neutraliseert. Bij ernstige verzuring kan het noodzakelijk zijn onder vorm van poeder verwerkt in capsules, extra bicarbonaat toe te dienen.

Een patiënt met ernstige nierinsufficiëntie is meer vatbaar voor infecties, omdat de afweermechanismen niet optimaal functioneren. Vooral besmetting met het hepatitis B virus was vroeger een groot probleem bij dialysepatiënten. Om deze infectie te voorkomen, kan de patiënt gevaccineerd worden tegen dit virus.

De hormonale werking van de nier

Renine is een bloeddrukverhogend hormoon dat door de nier wordt afgescheiden. De zieke nier scheidt meestal meer van dit hormoon af en het gevolg is dat nierpatiënten een verhoogde bloeddruk (hypertensie) vertonen. Hypertensie kan hoofdpijn en duizeligheid veroorzaken. Een hoge bloeddruk is op lange termijn schadelijk omdat hij arteriosclerose (aderverkalking) bevordert. Hypertensie zal daarom steeds moeten behandeld worden, zelfs al zijn er geen klachten. De behandeling bestaat uit een zoutbeperkend dieet en bloeddrukverlagende geneesmiddelen.

Erythropoïetine (EPO) is een tweede hormoon dat door de nier wordt afgescheiden. Dit hormoon speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen. Zieke nieren scheiden in het algemeen minder erythropoïetine af. Het gevolg is dat de meeste nierpatiënten lijden aan bloedarmoede. Gelukkig heeft men dit hormoon dank zij de moderne biotechnologische technieken kunnen namaken. Het hormoon moet één- tot driemaal per week onderhuids ingespoten worden en is in staat de bloedarmoede volledig te genezen.

De nier vervult een belangrijke rol in de kalkhuishouding van het lichaam. Kalk (calcium) is, zoals iedereen weet, de voornaamste component van het skelet, maar het speelt ook een rol in de werking van hart en zenuwen. In de eerste plaats zorgt de nier voor de activering van vitamine D. Het actieve vitamine D, dat als hormoon moet beschouwd worden, bevordert de opname van calcium uit de voeding. Bij patiënten met een nierziekte kan een tekort aan calcium ontstaan door een verminderde afscheiding van dit hormoon. Skeletproblemen kunnen bij deze patiënten ook nog in de hand gewerkt worden door opstapeling van fosfaat. Door een hoog fosfaatgehalte in het bloed kan ontkalking van het skelet voorkomen, en dit via een ingewikkeld mechanisme waarbij het bijschildklierhormoon (parathormoon) een centrale rol speelt. Belangrijk voor u is te weten dat deze skeletproblemen in belangrijke mate kunnen vermeden worden door het handhaven van een normaal fosfaatgehalte in het bloed en eventueel door het toedienen van het vitamine D-hormoon.


Archief wetenschappelijk praatje Terug naar startpagina !